Baanregels

Binnen de atletiekwereld gelden er voor het trainen op de atletiekbaan regels. Deze regels kunnen per vereniging ingevuld worden, maar het is verstandiger om dit voor alle atletiekbanen, waar dan ook gelijk te houden.

Onze regels:

  • Inlopen en uitlopen gebeurt buiten de baan, op het gras of op de baan in de buitenste banen rechtsom.
  • Oefeningen zoveel mogelijk buiten de baan, op het gras doen.
  • Materiaal meteen na de oefening opruimen .
  • Loopscholing zoveel mogelijk op de buitenste 2 banen.
  • Uitleg kerngedeelte op de verhoging voor het kleedlokaal.
  • Voor het kerngedeelte van de trainingen geldt dat in baan 1 en 2 het programma wordt gedaan (ongeacht het tempo waarin dit gebeurt, dit is echter nooit kletstempo)
  • Hierbij geldt dat er met maximaal 2 lopers naast elkaar wordt gelopen, dus zoveel mogelijk ACHTER elkaar.
  • Het inhalen gebeurt in baan 2 of 3. Snellere atleten kunnen dan makkelijker, zonder belemmering inhalen. Nooit een snellere loper aan de binnenkant ruimte geven om je hier in te laten halen. De tempoloper op de binnenbaan blijft hier lopen en de snellere tempoloper gaat buitenom.
  • De herstel- en seriepauzes worden in de buitenbanen gedaan ongeacht het tempo (wandel of dribbel pauzes). Hierbij ook weer maximaal 2 personen naast elkaar.
  • Bij het oversteken goed kijken of er lopers aankomen.
  • Nooit van binnenuit de baan opstappen, altijd van buitenaf beginnen.
  • Uitstappen (wanneer je klaar bent met je tempo en aan de herstel- of seriepauze begint) altijd eerst over de schouder kijken of er een snellere loper aankomt, daarna naar de buitenbaan en dan pas aan je pauze beginnen ( gaan wandelen of dribbelen ).
  • Instappen (wanneer je weer aan je tempo’s begint) eerst kijken of er lopers aan komen en daarna van buitenaf naar baan 1 in het tempo.
  • Nooit op de binnenbanen stil gaan staan.
  • Loop in niet te grote niveaugroepen. In plaats van een groep van acht kunnen bijv. twee groepen van vier gevormd worden.
  • Volg zoveel mogelijk het peelrunnerstrainingsprogramma.
  • Ben voorzichtig met de tempo’s. Niet te hard lopen.
  • Volg je als loper, om wat voor reden dan ook een eigen programma, laat dat dan altijd aan de trainer weten. De peelrunnerstraining gaat qua baangebruik voor op eigen training.
  • Zorg dat je op tijd bent voor de training, zodat je ook de warming-up samen met de groep kunt doen.
  • Stop je eerder met een training, meld je dan even af bij de trainer.
  • Moet je tijdens een training afhaken met een blessure, meldt dat dan ook bij de trainer, zodat hij eventueel iemand kan regelen om je te begeleiden.
  • De trainer heeft de bevoegdheid om de training af te lassen of te stoppen als de veiligheid dit vereist (Bijv. bij onweer). Leden dienen zich in dat geval aan de instructies te houden.
  • Bij KNMI weerswaarschuwing code rood wordt er niet getraind.

't weer

Ren-weer
Horst

Buienradar